![]() |
| foto ©Bib Kortenberg |
Op gedichtendag mocht ik me gaan uitleven op de ramen van de Bib van Kortenberg. Ik baseerde me op een haiku van dorpsdichter Johan Teirlinck.
![]() |
| foto ©Bib Kortenberg |
Op gedichtendag mocht ik me gaan uitleven op de ramen van de Bib van Kortenberg. Ik baseerde me op een haiku van dorpsdichter Johan Teirlinck.
| ||
| Zaailing 94 - Zichtbaar ©K.Vanlierde & J.Walschot |
![]() |
Dit weekend staat er sneeuw op het programma maar voorlopig is het in Sint-Genesius-Rode nog wachten op het eerste vlokje. (Volgens de weerman zit de sneeuw nog aan zee.) Vorig weekend was het geen sneeuw maar mist, ook niet slecht. En doordat ik samenleef met een wandelfanaat @wandelzucht (die sinds kort alle mogelijke wandelingen in de buurt herontdekt) kom je me tegenwoordig al eens tegen op mijn wandelschoenen. En sinds de quarantaine is mijn nieuwste hobby naar de winkel gaan maar dan via een omweg. 't schijnt goed te zijn om wat tot rust te komen, en eerlijk is eerlijk, het werkt verslavend én je ziet een pak meer dan vanop een mountainbikezadel... Dus vorige week trok ik naar de supermarkt via een omweg... door het Waterloos veld, heerlijk zo in de mist. Op een gegeven moment stond ik oog in oog met een kraai, blijven fascinerende vogels, maar vooraleer ik goed en wel een foto had genomen verdween de vogel alweer in de mist.
Deze mistige ontmoeting inspireerde me om (nog eens) een kraai te tekenen en deze werd nadien digitaal teruggeplaatst op de plek waar ik hem tegenkwam... rechts onderaan in beeld.
Net zoals vorig jaar maakten we een extra kerst-hoofdstukje helemaal in de sfeer van 'De serres van Mendel' & 'De wortels van de wereld'.
Via deze link kan je de pdf downloaden.
Fijne Kerst!
![]() |
| kerst2020.pdf |
![]() |
| Reya is terug in de stad... |
![]() |
| #meteenboekbenjenooitalleen |
Altijd fijn raamtekeningen maken...
... maar niet te fotograferen.
Een ritje met de fiets naar Zaventem en terug.
Sla je vleugels om mij heen en maak mij een veilige ruimte.
Ik kan mezelf niet meer in stand houden. Wat ik bouwde, brokkelt af. Wat ik wilde, blijft buiten bereik. Ik ben zo hoog geklommen als ik kon en nu is er niets dan afgrond. De wereld in mij davert en de brokstukken donderen naar beneden.
Een cocon is wat ik nodig heb, een omhelzing om in af te dalen, een duister om in thuis te zijn.
Verzet lijkt dapper; wie kreeg ooit complimenten om de strijd te staken? Maar soms moet wat ten einde is zich gewoon overgeven. Versmelten met het onvermijdelijke is een zachte dood. En diep – diep – vanbinnen weet iets in ons het beter.
Net als voor de rups, die zich een lijkwade van zijde spint, een gouden sarcofaag om zichzelf in te verliezen tot de laatste vezel, is de plaats waar wij uiteenvallen de vruchtbare grond voor alles wat daarna nog komt.
Op een dag, van op grote hoogte, zullen we terugkijken in mildheid en denken: wat waren we klein.