![]() |
| Uit het dagboek van Frida. |
Dankjewel ook aan de fijne groepen en het vele lekkers dat ik kreeg :-)
PS. Frida stelt haar boek Relmuis! voor op 2 Juni om 11u in de Bib van Sint-Niklaas!
![]() |
| Uit het dagboek van Frida. |
MEER
De diepste smaak kleeft aan wat er overblijft.
Gruis. Herinnering.
We verlangen naar de kracht van het moment, maar onherroepelijk koelen de restanten af. Moe en doorweekt weten ze zichzelf voller dan daarvoor, ongeveer zoals je jezelf uit bad hijst en met een handdoek om je heen even op de rand blijft zitten.
Maar er komt altijd een moment dat de kou door de stof heen sijpelt en dat je afdrogen de enige oplossing is.
Gruis gooien we weg. Dat weten we op voorhand. Het belet ons niet om te drinken.
Gulzig als we zijn, verlangen we zonder schroom naar meer.
![]() |
| schetsen 'verhalen voor het sterven gaan' |
CODES
Sommige kamers zijn gemaakt om door jou betreden te worden.
Dat hoeft niet meteen, dat lukt vaak zelfs niet onmiddellijk. De deuren ernaartoe gaan ook niet zomaar open.
Soms is zo’n deur heel vanzelfsprekend aanwezig, maar merk je ze niet op. Je moet er vaak genoeg voorbijgelopen zijn om uiteindelijk toch nieuwsgierig te worden. Soms wil je wel van in het begin naar binnen, heel graag zelfs, maar blijkt ze op slot.
Heel soms wordt de doorgang pas zichtbaar voor wie, ondanks alles, blijft geloven dat ze er is. Codes laten zich pas lezen door wie eraan toe is ze te kraken.
Soms weet je dat je naar binnen zult gaan zodra je ze ziet. Zelfs al wil je dat eigenlijk niet, of huiver je, of staar je zo lang als je kunt naar het zwijgende sleutelgat op zoek naar antwoorden en garanties. Want achter elke deur ligt een wereld, het begin van iets en het einde van iets anders. Je weet niet wat je zult vinden. Je weet nooit wat je achterlaat tot het er niet meer is.
Maar sommige kamers zijn gemaakt om door jou betreden te worden. Want de code laat zich lezen, en het licht geeft je een duwtje in je rug. De lijnen in het hout roepen jouw naam.
Je stapt naar binnen. Je ademt nieuwe lucht.
En achter je valt, met de zachtste klik, de deur naar het verleden dicht.
Some rooms were made to be entered by you.
There is no need for it to happen instantly, however, and often it won’t even work that way. The doors to them don’t just yield and open.
Sometimes a door can be a presence taken so much for granted that you don’t even notice it’s there. You have to walk past it often enough to eventually grow curious. Sometimes you want to go in from the start, very much even, but it turns out to be locked.
Every once in a while a door only becomes visible for those who, against all odds, keep believing it is there. Codes will only allow themselves to be read by those ready to break them.
Sometimes you know you will go in the moment you see it. Even if you don’t really want to, or you find yourself shuddering or staring at the silent keyhole for as long as you can, searching for answers and guarantees. For beyond every door is a world, the beginning of one thing and the end of another. You never know what you will find. You never know what you will leave behind until it is no longer there.
Only, some rooms were made to be entered by you. For the code has shown itself, and the light in your back urges you on. The grains in the woodwork are calling you by your name.
You step inside. You breathe new air.
And gently, with the softest click, the door to the past closes itself behind you.
![]() |
| Obstgarten - 1898 - Gustav Klimt |
![]() |
| Ein Morgen am Teiche - 1899 - Gustav Klimt |
KLATERGOUD
De dag heeft er genoeg van en hij ook.
Naar buiten wil hij, weg van het klatergoud in de deftige salons. Bij hun kopjes thee en hun glazen schnaps maken ze zich druk, snaterend als watervogels. Hun rokken ruisen en hun kragen staan omhoog, maar hun bekken zijn leeg.
Ze vragen zich, niet zelden luidop, af wat hem bezielt, waarom hij niet knus binnenblijft onder de schijn van de kroonluchters. Hij trekt zijn schouders wat hoger en zet er de pas in.
De schoonheid van dit landschap is een geheim dat hij niet wil delen. Het laatste licht is gul, je hoeft het alleen maar tegemoet te gaan. Dus dwaalt hij langs wegen die nog drassig zijn van de laatste regenbui en bermen die ruiken naar hoogzomer. Hij gaat zitten met zicht op water dat geen haast heeft om ergens aan te komen.
In de holtes tussen de struiken en onder de kruinen is het duister al begonnen een bed te spreiden. Maar de gloed van de dag blijft nog hangen als een omhelzing, en de hemel dekt de oevers langzaam toe. In de vergulde stilte lijkt alles mogelijk.
![]() |
| Klatergoud 1 © Jurgen Walschot |
Er waren dagen dat het leven er anders uitzag. Vroeger.
Toen was elke rivier een plek om in te zwemmen, en elke weide een uitnodiging om te gaan zitten met een picknickmand en een deken.
Hij kan zich middagen herinneren die nooit ophielden, en wijn die minder dronken maakte dan de glans van haar blik.
Hoe ze plots naar de lucht kon kijken, waar vleugels voorbij schoten, of naar de glinstering van zonlicht op het water. Hoe haar aandacht getrokken werd door iets schijnbaar onbelangrijks, iets wat hem gegarandeerd eerst ontging. Tot hij beter leerde kijken.
Zien werd zijn manier om haar te begrijpen, om dichter bij haar te zijn.
Dat is nog altijd zo. Maar zijn dierbaarste herinneringen hebben steeds meer van dromen, en het wordt stilaan moeilijk ze van elkaar te onderscheiden.
Als hij maar lang genoeg blijft zitten, weet hij, maakt de rust van het meer een einde aan zijn opgejaagde twijfel, en zelfs aan de favoriete beelden in zijn hoofd.
Dan is er alleen nog de stervende gloed aan de hemel, in afwachting van sterren, en de geruisloze tred van nachtdieren.
Dan mist hij haar – een paar oeverloze seconden lang – iets minder diep.
![]() |
| Klatergoud 2 © Jurgen Walschot |
GILDED
The day has had enough and so has he.
Outside is where he wants to be, away from the gilded displays in the fancy salons. Over their cups of tea and their thimbles of schnapps they will display their feathers, gabbling like waterfowl. Skirts rustling and shirt hems stiffened, their beaks are ever empty.
They wonder out loud what got into him and why he doesn’t stay in like the rest of them, snugly under the glare of the chandeliers. He hunches his shoulders a little higher and quickens his pace.
The beauty of this landscape is a secret he does not wish to share. The last of the light is generous, you only have to walk out to meet it. So he wanders the roads still muddy from the afternoon rain and the slopes smelling of high summer. He sits down to watch the water that is in no hurry to arrive anywhere at all.
In the hollows under bushes and canopies, the darkness has already begun to make a den. But the day’s glow still lingers like an embrace, and the sky gently enfolds the riverbanks. In the gilded silence of the hour, everything seems possible.
©J.Walschot
There were days when life had a different glow. Days long gone.
Back then, every river was a place to swim, every meadow an invitation to settle with a picnic basket and a blanket.
He can recall afternoons of endless hours and wine less intoxicating than the light in her eyes.
How she would suddenly look up at wings rushing past in the sky, or at the shimmering sunlight on the water. How her attention would be caught by something seemingly insignificant, something that almost as a rule eluded him. Until he learned to look closer.
Looking closer became his way to understand her, to be near her.
It still is. But his dearest memories have started to resemble dreams, and it is getting harder to distinguish between them.
He knows that, if he just sits here long enough, the peace of the lake will quiet his haunting doubts, even his dearest recollections. Then there will only be the dying glow of the heavens, in anticipation of stars, and the soundless paws of nocturnal life.Then he will miss her – for a few fathomless seconds – a little less deeply.
![]() | |
| ©J.Walschot |
Mohammad en Frida moeten niets hebben van de nieuwe leerkracht Engels. Hij noemt hen ‘kindjes’, geeft veel te veel leerstof en voert een takenlijst voor de hele klas in. Bovendien laat hij ook Frida klaslijsten wegbrengen, zelfs al zit ze in een rolstoel. En geeft hij Shanya nu echt te weinig punten? Tijdens de repetities voor het klastoneel loopt het conflict volledig uit de hand. Maar misschien heeft deze leraar wel een reden voor alles wat hij doet?
![]() |
| cover Relmuis (foto's geplukt van de facebookpagina van Frank Pollet) |
![]() |
| En het is niet alleen Frida die zich volledig liet gaan! |